Nieuwtjes

Kraamkamer en ''geef ons het dagelijks brood"

Eerst luiers, dan ook nog een kraamkamer? Geen zorg, wij hebben het hier over de mogelijke kraamkamer van bidsprinkhanen. In de laurierboom hebben we nu al diverse malen jonge nimfen (dat zijn kleine baby-bidsprinkhaantjes dus) gevonden. En ook in de omgeving wemelt het ineens van deze diertjes, in alle maten. Maandagmorgen ook een weer gevonden op de agave bij het terras. Sommigen laten zich heel fotogeniek zien en Joost beleeft veel plezier aan foto’s van ze te maken. Anderen wederom willen incognito blijven en verstoppen zich. Ook prima.

 

Hoezo, ’geef ons heden ons dagelijkse brood’’’. Keihard werken is dat! Vrijdagmorgen om 10 uur begint het, dan 14.00 uur, en dan vanaf 20 – 23.00 uur continu werken; voorbereiden van ‘voordeeg’, wellen van zaden etc. Zaterdagmorgen vanaf 08.30 tot 1400 uur continu bezig; 5 soorten brood worden zaterdag gebakken. Op het terras. Want de kans op een spatje regen is aanwezig, en als de oven heet is, tja, dan kan je hem niet verplaatsen. Tussendoor nog 2 grote bakken vijgen schoongemaakt/voor de diepvries. Enfin, om 14 uur zijn alle broden gebakken: 12 rozijnen/briochebroodjes (net iets te donker, maar oh zo zalig van smaak); 3 grote tomaten/kruidenstokbroden, 5-tal stokbroden a la ciabatta, maar dan anders, 2 prachtige landbroden, 2 zadenbroden. LEKKER! Tot slot zet ik een pan in de oven met 2 karkassen van kip, wortel, broccoli, ui, knoflook, kruiden, specerijen, wijn, soja en gedroogde paddenstoelen. Om 1900 gaat de oven weer naar binnen. De heerlijk smakende/geurende bouillon wordt over 36 bakjes verdeeld en gaat in de vriezer. Voor soepen en sauzen. Mmmmh…

 

Om 1500 uur zitten we aan de dis: frietjes uit de diepvries (oh zo lekker knapperig, onze ‘’eigen’’), tomatensla en kipfilet in een heerlijke pittige, kruidige jus. Daarna Siësta, ik heb het even gehad.

 

Blacky is officieel geadopteerd. ’s Morgens wil hij eerst een aai van me, voordat hij de bak met brokjes aanvalt. En dunstaartje wordt de volgende; ineens besluit ook hij, dat hij in de Vrijstaat Nicojo wil leven. Vrijdag overdag praat Joost uren met hem. ’s Avonds zit hij gemoedelijk bij het waterhuisje en geniet zichtbaar van het feit, dat hij a) niet meer moet proberen een brokje stiekem te bemachtigen, maar gewoon voldoende brok voor hem aanwezig is; en b) dat er aandacht is. Ik vermoed, dat Blacky en hij broers zijn. En op een of andere manier is hun ‘’tehuis’’ foetsie. Ok, waar 4 kunnen eten, is er ook ruimte voor 5 of 6. Benieuwd, hoe snel we langstaart – we noemen hem Gatootje – socialiseren. Woensdagavond zat hij gezellig met Blacky op tafel te smikkelen. En ik stond erbij en bleef maar kletsen. Lief, he. Die katten bedoel ik.

 

Woensdag is de groentetuin geploegd; de snijbiet (voor de Chikkies) en de pepers plus boerenkool krijgen nu om de paar dagen gieters vol water. Totdat gefreesd is en de slangen weer op hun plaats liggen. Achter zijn de mais/zonnebloemstaken en tomatenstruiken ook gerooid, en daar wordt ook geploegd. Veel werk, maar nodig om ruimte te maken voor verse aanplant: aardappels, sla, radijs, rucola, andijvie en spinazie. Maar om te eten, want de vriezers zitten bomvol.

 

De grote hitte lijkt verdwenen; ’s nachts rond de 20 graden, overdag tot 30, een enkele keer iets erboven. Prima zo. Ventilatoren nauwelijks meer aan, ’s avonds zelfs af en toe al naar binnen omdat we het ineens ‘’fris’’ vinden (26 graden….)Het wordt winter, constateert Joost. Ja hoor, over een paar maanden pas…

 

Al een paar keer was ons een beetje water beloofd. Nou, niks, nada, nothing dus. Nog niet eens een drupje…