Hoe diagnosticeer je CRPS

Het valt steeds op, dat sommige mensen jarenlang hebben rondgezworven op zoek naar een verklaring van hun klachten. Vaak is pas na een paar jaar CRPS geconstateerd. Enerzijds is dat het gevolg dat vele artsen maar ook fysiotherapeuten onvoldoende kennis/ervaring hiermee hebben, anderzijds zijn de klachten soms zo divers, dat er niet een eensluidende ‘’dit precies is CRPS’’ definitie gegeven kan worden. Er wordt steeds meer bekend, maar er is nog veel werk/voorlichting/informatie nodig.

 

Glashelder is het hier omschreven: http://www.fysiotherapiewetenschap.com/expert-opinion/27/diagnostiek-van-complex-regionaal-pijn-syndroom

Ik citeer hieruit:

Het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS) is een aandoening van de extremiteiten, gekarakteriseerd door sensorische, vasomotore en autonome stoornissen, meestal als gevolg van  trauma of operatie. De diagnose is niet gemakkelijk te stellen vanwege de grote verscheidenheid aan en combinaties van verschijnselen waarmee de patiënten zich presenteren. Een belangrijke belemmering vormt ook het ontbreken van een “echte gouden standaard”, een klinische test op basis waarvan de diagnose kan worden bevestigd of ontkracht.

De diagnostiek van deze aandoening is al decennia een bron van discussie. In de loop van de tijd zijn meerdere sets diagnostische criteria ontwikkeld (Kozin et al. 1981, Gibbons & Wilson 1992, Veldman et al. 1993, Bruehl et al. 1999, Harden et al. 2010). Voor een deel is deze diversiteit op basis van veronderstelde etiologie of pathofysiologische werkingsmechanisme gedaan. Er zijn dan ook diverse synoniemen voor CRPS in de literatuur te vinden die hierop wijzen, zoals post-traumatische dystrofie, Sudeckse dystrofie, causalgie, algoneurodystrofie, sympathische reflex dystrofie.

Volgens de huidige richtlijnen (NVA, VRA 2014) wordt de diagnose gesteld op basis van waarneembare verschijnselen en door de patiënt gerapporteerde symptomen. Hiertoe worden de zogenaamde Boedapest criteria gebruikt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen diagnostische criteria voor de kliniek en voor wetenschappelijk onderzoek. Deze criteria (zie onder) werden vervolgens in een internationaal onderzoek waarin ook Nederlandse centra betrokken waren gevalideerd (Harden et al. 2010). Hierbij werden bij 113 CRPS patiënten in vergelijking met een controlegroep met neuropathische pijnpatiënten (n=47) voor de klinische criteria een diagnostische sensitiviteit van 0.99 en een specificiteit van 0.68 gevonden. Voor de wetenschappelijke onderzoeks diagnostische Boedapest criteria was de specificiteit hoger (0.79), echter met een lagere sensitiviteit (0.78).

De Boedapest criteria:

  • 1 continue persisterende pijn die in geen verhouding staat tot ernst van doorgemaakt letsel
  • 2 één symptoom uit drie van de vier volgende categorieën dient door patiënt vermeld te worden:

sensorisch: hyperesthesie en/of allodynie
sudomotor/oedeem: oedeem en/of verandering in zweten en/of transpiratie asymmetrie
vasomotor: temperatuur asymmetrie en/of huidkleur veranderingen en/of huidkleur asymmetrie
motor/ trofisch: verminderd bewegingstraject en/of motor dysfunctie (zwakte, tremor, dystonie) en/oftrofische veranderingen (haren, nagels, huid)

  • 3 één teken in twee of meer van de volgende categorieën dient bij lichamelijk onderzoek aanwezig te zijn:

sensorisch: bewijs van hyperalgesie (pinpriktest) en/of allodynie (bij lichte aanraking en/of bij diepe somatische druk en/of beweging van gewrichten)
sudomotor/oedeem: bewijs van oedeem en/of zweet verandering en/of transpiratie asymmetrie
vasomotor: bewijs van temperatuur asymmetrie en/of huidkleur veranderingen en/of asymmetrie
motor/trofisch: bewijs van afname van bewegingstraject en/of motorische dysfunctie (zwakte, tremor, dystonie)en/of trofische veranderingen (haren, nagels, huid).

  • 4 er is geen andere diagnose die de anamnestische of waargenomen verschijnselen beter verklaart.

Nb: voor wetenschappelijke doeleinden kan gebruik gemaakt worden van research diagnostische criteria, waarbij in elk van de symptoomcategorieën een verschijnsel door de patiënt moet worden gemeld, en minstens een verschijnselen in twee of meer symptoomcategorieën bij lichamelijk onderzoek aanwezig dient te zijn.

 

Bij mij konden alle criteria worden ‘’afgevinkt’’...(schuingedrukt)