Medisch, gezondheid en milieu

Coca Cola, Led Indoor farming en chemie gesjoemel

Ze dachten het te kunnen verdoezelen, maar nee, Coca Cola investeerde miljoenen in de nieuwe NGO Global Energy Balance Network (GEBN), zoals de NYTimes meldde. En ze doen de administratie van die website ook even. Hevige kritiek is het resultaat: CC zorgt zo voor een rookgordijn over wat ons echt dik maakt: niet te weinig bewegen, maar te veel suikerconsumptie! De nadruk op beweging is een misleidende boodschap – ik schreef daar al eerder over – en CC misbruikt het argument al jaren om de aandacht van haar suikerhoudende dranken af te leiden, die mede verantwoordelijk worden gehouden voor het ontstaan van obesitas en diabetes II.  Wetenschappers worden voor hun karretje gespannen om het publiek – en journalisten – te overtuigen, dat bewegen ongezond eten/drinken kan compenseren. CC heeft te kampen met lagere verkopen; de gemiddelde Amerikaan drinkt steeds minder frisdrank;  er wordt minder fris op scholen verkocht en de roep om marketing te beperken en een suikertaks in te voeren, groeit. Dus de steun van CC aan GEBN komt ze wel goed uit…Doet overigens de tabaksindustrie ook; gezondheidsgevaren verdoezelen. Marion Nestle, een gezondheidsgoeroe, is nog feller: GEBN zou niets anders zijn dan een dekmantel voor CC, met een duidelijk doel; namelijk wetenschappers verwarren en aandacht afleiden van wat we met ons eten binnenkrijgen. Want het belangrijkst is: niet hoeveel en hoe lang we bewegen, maar hoeveel en wat we eten, bepaald of we gezond/minder gezond leven en zorgen voor gewichtsbeheersing…

 

Ja,  en dan zo’n berichtje: het drinken van Danshen thee werkt niet bij hoge bloeddruk of afbouw van vet. Zou door Chinese artsen aanbevolen worden. Nou, dan zijn het flutartsen. Want een (Traditioneel) Chinees Arts zou nooit alleen Danshen (rode saliesoort) adviseren bij hogere bloeddruk, atherosclerose of voor afvallen. Er zal altijd een combipreparaat aanbevolen worden, om de balans te herstellen respectievelijk niet te verstoren door maar 1 werkzame stof te gebruiken (dat in tegenstelling tot vele westerse adviezen over individuele supplementen of superfoods). Bovendien wordt altijd ook leefstijladvies meegegeven, plus eventuele ondersteuning bij het omgaan met stress, of toepassing van acupunctuur. Danshen heeft vele positieve eigenschappen, maar functioneert het best in combi met een aantal andere kruiden. Dus ook het onderzoek van Radboud is flut; ergens de klok horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt. Het zou de westerse wetenschappers sieren, zich eens bij hun Chinese collega’s wijs te maken over hoe Chinese Kruidengeneeskunde in elkaar zit, en wat de Chinese Materia Medica over dit kruid zegt….

 

Als het dan toch allemaal met het klima mis gaat - te heet/te droog - kan ik altijd nog Indoor Farming overwegen. Dat is landbouw in huis en (sport?) hallen; plaats besparend, met minder mest en water. Of te wel, planten groeien op rekken die opgestapeld worden; veel economischer dan ‘’plat’’ te kweken. Ga het optimaliseren met andere systemen (aquaponics) en gebruik LED-lampen i.p.v. zonlicht. Aldus wetenschappers de manier, om milieubeschermend, economisch en energiebesparend gewassen te telen. En zonder transport, want je consumeert wat je oogst. Wauw. LED-lamp-stapelrek-landbouw….Voorlopig hou ik het op buitenlucht en zon.

 

Veel producenten van chemische goedjes vertikken het om bij registratie van hun spullen volgens EU-regeling REACH volledige informatieve te verstrekken over veiligheid. Ontnuchterend resultaat van een studie van het Umweltbundesamt. Van de 1814 onderzochte dossiers bleek maar 1 (!) aan de eisen te voldoen. Ruim 85% van de dossiers vertoonde mankementen; ontbrekende gegevens over gevaar voor voortplanting, opslag in weefsel of giftigheid voor natuur en milieu b.v. 42% van de dossiers moet nog verder onderzocht worden, omdat producenten en importeurs daarin verwijzen naar bepaalde classificaties. En of dat toelaatbaar is, is nog maar de vraag. Sinds 2007 zijn bedrijven wettelijk verplicht, de risico’s van geproduceerde of geïmporteerde chemische stoffen te melden aan het Europees Chemieagentschap te Helsinki. Op basis daarvan kunnen EU landen vervolgens de stoffen beoordelen en als gevolg van veiligheidsrisico’s hun gebruik inperken of verbieden. Zonder registrering mogen deze stoffen niet gehandeld of gebruikt worden. In theorie dan. Tot juni 2010 moesten alle stoffen geregistreerd worden, waarvan meerdere duizend ton/jaar in de omloop zijn. De onderzochte dossiers zijn uit deze periode en hebben betrekking op die stoffen, die niet reeds als kankerverwekkend/voortplantingsgevaarlijk of erfgoed beschadigend zijn ingeschaald. Maar het onderzoek toont aan, hoe nalatig en laks de dossiers zijn samengesteld. Positief denkend, zou je kunnen stellen, dat bedrijven mogelijk niet genoeg tijd hadden om een beter dossier af te leveren. Maar we zijn inmiddels ruim 5 jaar verder, en dan hadden die dossiers dus al lang geüpdatet moeten worden.  Er zijn tevens ook bedrijven, die bewust geen informatie verstrekken. De zogenaamd zwarte schapen dus. Vooral in de petrochemische industrie met haar complexe chemische stoffen, waarbij hun veiligheid vaak nog onvolledig bekend is. Zo worden instanties, maar ook consumenten onvoldoende geïnformeerd over mogelijke risico’s. En waarom heeft het EU agentschap dat niet ontdekt? Ach, ze hoeven maar 5% van alle dossiers te controleren…Meer zit er niet in. Dus lopen bedrijven nauwelijks gevaar, om ontdekt te worden. Slordigheid loont. Nu wil men meer middelen om meer te kunnen controleren. In 2014 werden 283 dossiers gecontroleerd, en bij 61% daarvan ontbraken essentiële data. En wat zijn de consequenties voor de bedrijven? Tja, als ze eenmaal een registratienummer hebben, houden ze dat. En dan kunnen hooguit toelatings/gebruiksbeperkingen voorgesteld worden aan de landen. Nou, daar heb je wat aan. Flutregeling met flutcontrole en veel te grote mazen in de regelgeving, die ook met meer geld niet meer dicht te krijgen zijn.

Verveling kan ziek maken. Geen burn-out, maar een bore-out dus. Bekend fenomeen bij psychologen. Te weinig uitdaging en verveling leidt tot lusteloosheid, slapeloosheid en kan uitmonden in een depressie. Het treft vooral ook senioren; want levenskwaliteit bij hogere leeftijd hangt ook af van het gevoel ‘’nodig/nuttig’’ te zijn. De symptomen van beide verschijnselen zijn in grote lijnen hetzelfde. Vooral als plots de partner overlijdt, welke tot die tijd het middelpunt in het leven van de ander bleek, ontstaat een groot gat. Dit wederom betreft vooral vrouwen boven de 80 jaar, die met hun huwelijk vaak hun werk hebben opgegeven en vooral voor kroost – en later man – hebben geleefd. De dagen verliezen naar het overlijden de structuur, en leegte ontstaat. Maar een bore-out kan ook al eerder optreden. Vooral de tijd na de pensionering is kritiek. Hier treft het vooral die personen, die zich vooral hebben gericht/gestort op hun werk, en die noch hobby’s, noch vrienden hebben. Vooral mannen – niet alleen workaholics – ervaren ineens leegte, als ze stoppen met werken. Pensioen zou niet synoniem voor ‘’nietsdoen’’ moeten zijn; senioren zouden moeten worden gestimuleerd – als ze dat dus niet zelf doen – om een hobby uit te oefenen en sociale contacten te onderhouden. Oud? Hoef je nog niet achter de geraniums te zitten; ga iets nieuws leren, iets nieuws doen; maak van je leven een zinnig, plezierig en gezond en vrolijk nieuw tijdperk! De hamvraag daarbij moet een ieder zelf beantwoorden: welk leven wil ik leiden en niet ‘’wat zullen ze (de maatschappij) wel niet denken’’. Vrijwilligerswerk, maar ook adviesfuncties/kennisoverdracht, zijn maar een paar voorbeelden, hoe ‘’werk’’ na pensionering omgezet kan worden in zinvolle vrijetijds-beleving. Internet als medium om nieuwe dingen te ontdekken, inspiratie op te doen (o.a. Pinterest), of contacten te leggen/te onderhouden met familie of anderen kunnen de verveling gedurende een dag verdrijven. En sommigen hebben hulp nodig, vooral als ze in een depressie afglijden. Schaamte of niet professionele hulp opzoeken is daarbij vaak een drempel, die overwonnen moet worden. En niet iedere arts herkent een bore-out-syndroom, welk bijna 1/5 van alle depressie-gevallen betreft.